Logo
Artikel 8 van 11
Iraq flag

De Israëlisch-Canadese Benjamin Hassin is na elf jaar gevangenschap in Irak vrijgelaten

Een Joodse man die elf jaar in Irak gevangen heeft gezeten, is woensdag 16 september vrijgelaten na een gecoördineerde internationale actie. De Israëlisch-Canadese Benjamin Hassin, begin dertig, werd vrijgelaten uit de gevangenis in Sulaymaniyah. Hassin, geboren in Iraaks Koerdistan, emigreerde als kind eerst naar Israël en vervolgens naar Canada, voordat hij als tiener terugkeerde naar Israël.

In 2014 zou Hassin naar Koerdistan zijn gevlogen om zijn grootouders te bezoeken, waar hij zich aansloot bij de lokale Koerdische Peshmerga-militie, die hun steden verdedigde tegen ISIS. In 2015, toen hij naar Israël vertrok, werd hij naar verluidt aangesproken door een taxichauffeur die hem Hebreeuws hoorde spreken, besefte dat hij Israëli was en hem met de dood bedreigde. Hassin, die gewapend was, zei dat hij de chauffeur uit zelfverdediging had neergeschoten; de chauffeur overleed enkele dagen later aan zijn verwondingen en Hassin werd gearresteerd, aangeklaagd voor moord en ter dood veroordeeld. In november 2025 werd het doodvonnis vernietigd na een schikkingsovereenkomst, waarbij op verzoek van de Iraakse autoriteiten 250.000 dollar werd ingezameld, maar Hassin bleef in de gevangenis.

Zijn vrijlating wordt toegeschreven aan voormalig Israëlisch ministerie van Buitenlandse Zaken-medewerker Eyal Sisso en advocaat Alan Lowy, die naar verluidt regelmatig naar Sulaymaniyah, vlakbij de Iraanse grens, vloog om te onderhandelen. In de auto na zijn vrijlating was Hassin te zien terwijl hij Joodse gedichten reciteerde de ‘Shehecheyanu’-zegen. Lowy en Hassin zullen naar verwachting vóór Sjabbat in Jeruzalem aankomen, en Hassin zal zich daar bij de Aish-yeshiva voegen.Hier iseen Jood wiens grootste wens, na meer dan tien jaar gevangenschap, is om de Tora te bestuderen,’ aldus rabbijn Steven Burg, de CEO van Aish.(JPost/VFI Nieuws)

‘Abba Vader, wij danken U voor Benjamin Hassin’s vrijlating na 11 jaar en voor allen die zich hebben ingezet voor zijn vrijheid. We bidden voor zijn herstel in lichaam en geest na alles wat hij heeft doorstaan, en voor een vredige terugkeer naar zijn familie en het leven in Israël. We vragen dat zijn thuiskomst in de dagen vóór Jom Kipoer een getuigenis mag zijn van God’s trouw om de gevangenen te bevrijden.’