
Chinese bouwvakkers in Israël: ‘We worden liever gebombardeerd dan dat we in armoede leven’
Tientallen Chinese bouwvakkers in Israël hebben ervoor gekozen het land niet te verlaten, ondanks de aanhoudende oorlog. Sommigen zeggen liever de bommen te trotseren dan terug te keren naar armoede. Sinds het begin van het conflict heeft de Chinese ambassade evacuaties georganiseerd via de haven van Taba in Egypte, maar veel van de naar schatting 50.000 tot 60.000 Chinese arbeiders die in Israël in de bouwsector werken heeft ervoor gekozen om te blijven.
In video's die op sociale media circuleren, beschrijven werknemers dat ze tussen de 30.000 en 80.000 yuan per maand verdienen — ongeveer $4.100 tot $11.000 — twaalf uur per dag werken op bouwplaatsen. ‘Ik werk hier, alles is normaal. Als er een luchtalarm afgaat, zoek je dekking. We zijn er inmiddels aan gewend,’ zei een van de werknemers. Een ander verklaarde botweg vanuit een slaapzaal dat hij ‘liever gebombardeerd zou worden dan in armoede sterven.’
Werknemers benadrukten dat Israëlische werkgevers de lonen op tijd betalen en goede medische zorg bieden. Een timmerman zei dat hij 1800 yuan per dag verdient en van plan is te blijven tot hij twee miljoen yuan heeft gespaard. Deze opmerkingen weerspiegelen een opvallend contrast tussen de arbeidsomstandigheden in Israël en de beperkte mogelijkheden waarmee velen in China te maken hebben, waar jeugdwerkloosheid en armoede op het platteland hardnekkige problemen blijven. (JPost/VFI Nieuws)